Column

Zouden de sopranen op de tweede rij even wat stiller kunnen zijn?

'Zouden de sopranen op de tweede rij even wat stiller kunnen zijn?' Enkele van de bedoelde sopranen keken bezeerd in hun muziek. Ze wilden zo graag zingen, maar ze mochten niet, ze moesten stil zijn....

De instudeerperiode van een stuk is voor een koor vaak niet de leukste. Immers, er zijn vier partijen: sopranen, alten, tenoren en bassen. Extreem gezegd is de dirigent bezig met één partij om de 'droge' noten in te studeren. Drie groepen zitten te wachten en moeten stil zijn. Ik heb me laten vertellen, dat vroeger de vrouwen in deze voor hen 'stille tijd' mochten breien. Samenvattend: Deze instudeerperiode kan een crime zijn voor koorleden en dirigent. Zou het ook anders kunnen? Kunnen we de nadelen van een instudeerperiode verzachten?

De sopranen kennen meestal hun partij, die de melodie vertolkt,  al gauw. In het begin is 3x doorzingen wel voldoende. Daarna moeten ze eigenlijk een half uur stilzitten, omdat alten, tenoren en bassen elk minstens 10 minuten hun partij met de dirigent gaan oefenen. Dit alles zwart-wit gesteld natuurlijk. Hoe kunnen we nu de repetitie zo inrichten, dat de instudeerperiode ontspannend,  prettig en vooral ook leerzaam voor het hele koor verloopt?

Mijn stelling is: Het complete koor moet zoveel mogelijk de gehele tijd bezig zijn. Kan dat dan, als in het begin de meeste koorleden 'de noten nog niet kennen?' Ik denk het wel.

1. Bij mijn eigen composities probeer ik de sopranen hier en daar een een extra inzet, een tegenstem ( de melodie is dan bij alten of tenoren ) of een begeleidingspassage op noe te geven. Zij krijgen dan ook een partij die ze niet meteen kennen en echt moeten leren. Ze waarderen dit vaak geweldig.

2. We hebben dus nu vier stemmen die hun partij echt moeten leren. Het is leuk en leerzaam als men elkanders partij moet meezingen. Bijv. De sopranen zingen een paar keer met de alten mee, als 'hulppieten'. Uiteraard is het heel goed zo gauw mogelijk twee stemmen tegelijk te laten klinken. Dat is nog best moeilijk in het beginstadium.

3. Onverwachts moeten bijv. de bassen hun partij bij de alten zingen. Ze moeten zelf de begintoon vinden (ze mogen proberen  hem stiekum  te onthouden ). Iedereen moet zo 'waakzaam 'blijven: de dirigent  kan elk moment een partij vragen om in te vallen Er kan een spel van gemaakt worden.  Iedereen vindt dit leuk, soms viert de hilariteit  hoogtij  als een groep de mist in gaat.

4. Een regel is: Elk koorlid mag altijd zijn eigen partij zachtjes meeneurien zonder de stem die aan de beurt is te  hinderen. Elk koorlid kan, als hij/zij wil, op deze manier de hele repetitie door oefenen! Alleen of zo nu en dan met buurvrouw of buurman.

5. Het is uiteraard heel nuttig, dat elk koorlid als ondersteuning een oefen-cd krijgt.  Nog beter is het, als iedere groep een keer apart een half uur / drie kwartier voor de repetitie ( met de dirigent ) oefent.  Je kunt dan op de 'echte' repetitie meteen een trapje hoger beginnen. Zo wordt de instudeerperiode 'nuttig en aangenaam' en.... zelfs leuk. 

En uit de mond van de dirigent klinkt nu geen waarschuwing, maar een 'beloningsuitspraak' :' Nou mensen, we hebben heel wat gedaan in het afgelopen half uur en de sopranen op de tweede rij krijgen een extra compliment: Wat hebben jullie  gewerkt, zeg!'

Hoe ken jij je partij zo gauw, kun jij echt noten lezen? ( 1 )

"Hoe ken jij je partij zo gauw? Kun jij echt noten lezen?" vroeg een bedeesd nieuw koorlid aan haar geroutineerde buurvrouw. "Nou", zei deze een beetje beduusd, "we zingen het stuk een paar keer door en dan weet ik het eigenlijk wel. Maar ik kan niet echt noten lezen hoor,  ik kijk gewoon of de bolletjes naar boven of beneden  gaan op de notenbalk". Het koor luisterde ademloos toe. De koorleden herkenden wel gedeelten uit dit spontane gesprek bij zichzelf

"We zingen het stuk een paar keer door en dan weet ik het eigenlijk wel", zei de geroutineerde buurvrouw. En ze kan niet noten lezen!! Hoe is dit te verklaren! Ze moet waarschijnlijk  over een meer dan een uitstekend (muzikaal) geheugen beschikken. Of zijn er nog andere aspecten die meespelen?

Je hebt als dirigent bij het instuderen van een stuk te maken met een breed scala aan instudeercapaciteiten bij de verschillende koorleden. Van de zojuist genoemde geroutineerde buurvrouw tot het beminnelijke  koorlid dat zijn partij op de uitvoering nog niet foutloos kan reproduceren. Wat een immens verschil!

Maar een nu al vrij oude voetbalmeester sprak eens: "Elk nadeel heb z'n voordeel". Zijn er oplossingen voorhanden om vanuit deze moeilijke startpositie tot een betere werksituatie te komen? Jazeker! Je moet de instudeercapaciteiten van elk koorlid niet alleen afzonderlijk bekijken. We hebben te maken met een groep, een koor... Dan gelden er gedeeltelijk andere wetten. Je kunt  in de groep gebruik maken van ieders sterke punten. Zo moet je als dirigent  proberen te werken, ook bij het instuderen.

De dirigent liet al deze overwegingen door zijn gedachten gaan en hij sprak ze gedeeltelijk  uit  tegen het koor. Toch was hij niet helemaal tevreden over zijn explicatie. Hij dacht: "Kreeg ik nog maar een vervolg-column om een volledig en waarheidsgetrouw antwoord te kunnen geven aan de koorleden...."


Hoe ken jij je partij zo gauw, kun jij echt noten lezen? ( 2 )

"Heeft u misschien een ogenblik", zei de geroutineerde buurvrouw van column (1) na afloop van de repetitie tegen de dirigent, "ik heb nog even nagedacht over waarom ik misschien mijn partij zo vlot ken. Niet om eigenwijs te zijn hoor, maar het is gewoon zo. Ik kan nog wel vier koorleden opnoemen , bij wie het ook spelenderwijs en vanzelf  gaat. En die kunnen ook niet noten lezen."

De dirigent zat nog met zijn gedachten bij de repetitie, maar zei toch:"Leuk dat je er nog even op terug komt. Niet kunnen noten lezen en toch snel je partij kennen. Rara, hoe kan dat? Ik heb tijdens de repetitie  gezegd, dat dit waarschijnlijk kan omdat we een groep vormen en bij het instuderen  gebruik kunnen maken van elkanders sterke punten. Er gelden gedeeltelijk andere wetten, dan wanneer je de instudeercapaciteiten van elk koorlid afzonderlijk bekijkt. Er moeten natuurlijk wel meer redenen zijn, waarom het zo is. Ik zal er in de komende week over nadenken en volgende week er tijdens de repetitie op terugkomen. Misschien kunnen we als koor er  nog profijt van hebben".

De hele week speelde het spontaan ontstane  probleem door de gedachten van de dirigent. Hij haalde zich de periode dat hij zelf in een koor zong voor de geest. Hij was altijd bas geweest en naast hem stonden bassen die ook niet noten konden lezen. Toch moesten ze zelf hun partij instuderen. Dat deden ze veelal thuis. Maar op de repetitie werd ook wel flink gestudeerd op de partijen van een nieuw stuk. Je zou echter kunnen zeggen dat de bassen die niet noten konden lezen, hun partij vnl. thuis met oefen-cd of met 'één vinger op een keyboard'  zich eigen maakten.

Het was de dag van de volgende repetitie. De dirigent had nog geen afdoend antwoord op het ons bekende vraagstuk gevonden. Rusteloos liep hij rond in zijn muziekkamer. Op dat moment ging de telefoon. "Goedemiddag,  het is met de geroutineerde buurvrouw, de middelste alt van de 2e rij, weet u wel. Ik heb een paar alten benaderd om van onze kant ook nog  eens bij ons zelf na te gaan waarom we vrij snel onze partij kennen. zonder dat we kunnen noten lezen. Dat wilden we vanavond, als u uw antwoord geeft op dit vraagstuk, ook naar voren brengen. Maar het leek ons wel goed u eerst op de hoogte te stellen". "Dat stel ik zeer op prijs", zei de dirigent. "Hebben jullie iets ontdekt, ik ben benieuwd".

"Nou, we hebben met zijn vieren zitten brainstormen en kwamen tot de volgende conclusie: Omdat wij al meer dan 15 jaar lid zijn, hebben wij tientallen altpartijen gezongen. Die zitten bij ons in het muzikaal geheugen , zeg maar in het archief, op de harde schijf.  Als wij nu een nieuw stuk gaan instuderen, gaan 'onze hersenen' onbewust als een computer vergelijken of er in het archief soortgelijke gedeelten van een melodie of opeenvolgingen van noten zijn.  Als het antwoord ja is, kennen we dat  gedeelte van het nieuwe stuk vlugger. Immers, onbewust kenden we dat al.""Natuurlijk, dit is het", viel de dirigent haar in de rede. Elke partij of stem, dus ook de alt heeft karakteristieke kenmerken, die in bepaalde notenreeksen telkens terugkeren. Als je die kunt herkennen en gebruiken zou je kunnen zeggen: "Jullie leren bijna nooit iets nieuws, want je hebt het ergens wel eens gehad en onthouden. Bedankt dames, We gaan 'der voor', vanavond".

 

Nieuws

Nieuws historie

Contact

Tim van der Weide
Conradi Veenlandstraat 53
9104BM Damwoude
Tel: 0511-422609
info@timvanderweidekoor.nl