Koorpraktijk
'Ons koor zakt soms zo'... zijn er oefeningen om daar iets aan te doen?
Deze 'verzuchting met vraag' hoor je vaak van koorleden en dirigenten bij gelegenheden waar meerdere koren zingen: Federatie- en districtsavonde
n en ook op korendagen. Het betreft koren met leden van alle leeftijden, maar vooral ook koren met bijna alle leden boven de 60 jaar. Er zijn veel van deze 'gewone' koren waarvan veel enthousiaste zangers al 30, 40 of soms 50 jaar lid zijn. Zoals iedereen worden de leden van zulke koren elk jaar een jaartje ouder en hun stemmen ook. Er wordt bijna nooit een stemtest gedaan en er gaat ook nooit iemand van het koor af. Het is dan eigenlijk toeval dat zo'n koor nog zuiver kan zingen. Als er voldoende leden met een redelijke stem zijn, kunnen deze de rest nog wel op toon houden. Maar het ligt meer voor de hand dat zo'n koor, als er a capella wordt gezongen, steeds meer begint te zakken. Ten slotte wordt er geen regel van een lied meer gezongen. zonder te zakken. Voor velen zal dit in onze tijd een herkenbaar scenario zijn.
Op studiedagen voor dirigenten en koorrepertoiredagen e.d. wordt er door de dirigenten in de wandelgangen vaak over dit soort zaken gesproken. Ik heb nu een aantal wetenswaardigheden in de voorwaardensfeer, oefeningen uit de praktijk en van daar uit diverse aanbevelingen verzameld en opgeschreven. Hiermee kunnen misschien handvatten worden aangereikt om de resultaten van de koorzang te verbeteren, als een koor 'last heeft van zakken'. Ik ga het niet hebben over het gebruik van de ouderwordende stem bij het zingen: Dat is het terrein van andere diciplines.
* De volgende oefening vergt veel inzet en doorzettings
vermogen: Een koor (maar ook afzonderlijke groepen: sopranen, alten, tenoren of bassen) zingen regelmatig toonladders en toonladdergedeelten in stijgende en dalende richting om zoveel mogelijk vanzelfsprekend de diverse toonsafstanden op een correcte manier te kunnen zingen. Het is bijv. bekend, dat in een dalende passage de toonsafstanden te groot worden genomen. Tel je deze te grote afstanden bij elkaar op, dan kun je al gauw een halve toon of meer gezakt zijn. Je kunt met het koor ook grotere intervallen/toonsafstanden oefenen. Het gaat er bij deze oefening dus om correct gezongen intervallen in te slijpen; tijdens de gewone koorzang hoop je daar dan profijt van te trekken.
* Een heel bekende oefening om zakken te beperken is het koor (of koorgroep) tijdens het zingen van een lied na elke regel te laten stoppen. Het koor luistert of ze nog op toon zit. Zo niet dan wordt aangegeven waar de fout zat of nog beter: de vraag wordt aan het koor gesteld. De (betreffende) koorleden tekenen in het koorstuk / de partituur aan welke noot / noten de boosdoeners waren. Dit kan in een samen ontwikkeld notatiesysteem zijn , of iedereen doet het op zijn eigen manier. Daarna wordt dezelfde regel nogeens een of tweemaal gezongen en het resultaat verbetert op dat moment bijna altijd. Het moeilijke is deze winst vast te houden.
* Minder bekend is wellicht de volgende uitspraak: een stevige bas bij de
koorzang reduceert het zakken of laat het verdwijnen. Het koor steunt als het ware op zo'n hecht 'fundament'. Nu hebben veel basgroepen in de laagte niet zo veel volume meer, net wat je wel zou wensen. De (koor)begeleiding kan echter veel bijdragen tot het gewenste resultaat. Bij een pianobegeleiding zou je dan bijv. de bastoon kunnen verdubbelen. De pianist speelt dan grotendeels oktaven met de linkerhand. Het te zingen stuk moet dit natuurlijk wel toelaten.
* Als een behoorlijk langzaam stuk in bijv. drie mollen staat (in Es) zakt een koor "dat daar aanleg voor heeft" gegarandeerd. Laat je het koor dit stuk een halve toon hoger zingen, in vier kruisen ( E gr.terts) dan blijft het koor beter op toon. Ergo: In sommige gevallen kun je het koor beter in kruisen dan in mollen laten zingen. Ze zakken minder en de koorzang klinkt ook helderder, stralender.
* Als een koor een stuk heel goed kent, blijft het koor beter op t
oon dan normaal het geval is. Soms moet een koor op een belangrijke uitvoering een bepaald stuk zingen.Het verdient dan de voorkeur om zo'n compositie vanaf een jaar geleden in de map te hebben en het regelmatig te herhalen. In dit verband is het mij opgevallen, dat bij een optreden een koor vaak zuiverder zingt dan op de (generale) repetitie. De koorleden weten na de vele voorafgaande repetities heel goed welke groepen ( bijv. alten en bassen ) op welke plekken problemen met de zuiverheid hebben. Onder de druk van de uitvoering kunnen bijna alle zangers en zangeressen gedurende deze korte tijd (van de uitvoering) datgene opbrengen wat de dirigent altijd vroeg. Ook houden sommige niet zuiver zingende koorleden zich door de druk van het moment in ( qua volume ), hetgeen de zuiverheid ook ten goede komt
* Een vanzelfsprekendheid is, dat de dirigent en/of muziekcommissie bij de keuze van de stukken rekening houden met de mogelijkheden van het koor. In dit geval kun je zeggen: houd ook rekening met de onmogelijkheden ( grootte van het koor, verdeling van de stemmen in groepen ( satb ) en de ouderwordende stemmen. In dit verb
and is het kiezen van een koorstuk waarbij heel nadrukkelijk rekening wordt gehouden met de stemomvang van elke groep ook zeer belangrijk. Iedere dirigent kan zijn normen zelf bepalen: Hij weet bijv. hoe hoog zijn sopranen nog vrij zuiver kunnen zingen. In mijn koorcomposties hoeven normaal gesproken de sopranen niet hoger dan f2 en de bassen niet lager dan G te zingen.
Veel dirigenten hebben ook nog eigen bedachte oefeningen en ook foefjes om bij hun koren het zakken zoveel mogelijk uit te bannen. Misschien kunnen we een andere keer zulke trucjes, want dat zijn het vaak, onder de aandacht brengen onder het motto: Het werkt, ze helpen!